Pas op, straks wordt IPCC nog te relevant

Gepubliceerd op 16 oktober 2026 om 16:55

Bij alle recente onzekerheden over het mondiale klimaatbeleid, was er gelukkig altijd één stabiele factor: de klimaatwetenschap. En dan vooral het IPCC, het gezaghebbende panel van de Verenigde Naties dat in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg en dat al meer dan 35 jaar de klimaatwetenschappelijke kennis verzamelt en van commentaar voorziet.

De 65ste vergadering van het IPCC in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba (Foto IISD/ENB | Danny Skilton)

Dat wil niet zeggen dat het IPCC niet ook wordt geraakt door de huidige erosie van de wereldwijde klimaatonderhandelingen. Met name de grillen van de Amerikaanse president zijn voelbaar. Donald Trump ontkent klimaatverandering, probeert de klimaatwetenschap in eigen land onmogelijk te maken en zou het liefst het wereldwijde beleid om verdere opwarming van de planeet te voorkomen steen voor steen afbreken. Allemaal ten gunste van zijn fossiele vriendjes.

Trump heeft de VS in januari teruggetrokken uit het IPCC. Omdat de Amerikanen de grootste donor waren van de organisatie, is dat een financiële strop. Maar veel erger is het wetenschappelijke gemis. De Amerikaanse klimaatwetenschap is/was altijd van hoge kwaliteit. Amerikaanse wetenschappers behoren tot de beste die er zijn, sommige Amerikaanse instituten zijn onmisbaar bij het verzamelen van klimaatdata.

Climategate

Slechts één keer dreigde het IPCC het slachtoffer te worden van aanvallen van buitenaf. In 2009 leidde de publicatie van gehackte e-mails van een Brits klimaatinstituut tot ‘climategate’, waarin de wetenschappers (naar achteraf bleek ten onrechte) werden beschuldigd van fraude. Vervolgens bleken er een paar blunders te staan in de IPCC-rapporten. Die gingen onder andere over het smelten van de gletsjers in de Himalaya – waarvan je je inmiddels bijna kunt afvragen of het eigenlijk wel zo fout was wat er toen werd gesteld. Critici legden de fouten uit als een bewijs dat er iets fundamenteel mis was met de organisatie.

De Verenigde Naties besloten tot een onderzoek naar de werkwijze van het IPCC. Destijds sprak ik er in een interview voor NRC over met Robbert Dijkgraaf, die als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat onderzoek leidde. „Het is een gekke spagaat”, zei Dijkgraaf. „Wetenschap wordt gedetailleerder en ingewikkelder en lijkt daardoor verder van de alledaagse werkelijkheid af te staan. Maar aan de andere kant wordt wetenschap ook relevanter. […] In de klimaatdiscussie gaat het nu ook over economische groei, over welvaart, over milieu. Het raakt iedereen heel direct. Er zit een moreel en zelfs emotioneel aspect aan.”

Meer nog dan toen, zit ruim vijftien jaar later precies daar de pijn. De klimaatwetenschap is inderdaad relevanter dan ooit. En de conclusie van de IPCC-rapporten is nog maar voor één uitleg vatbaar: een ongekende reductie van de uitstoot van broeikasgassen (door het razendsnel afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen) is nodig om de planeet leefbaar te houden.

Het IPCC kan nauwelijks nog iets anders dan dit onomwonden vaststellen. Maar er zijn partijen die dat liever niet willen horen. En dus neemt de druk op het IPCC toe, zo blijkt deze week in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Daar zijn de landendelegaties (dus niet de wetenschappers die de rapporten schrijven) bijeen om te praten over het zevende assessment (AR7). Ze praten niet over de inhoud (de ruzie daarover komt later wel), maar over de logistiek.

Daarover bestaat een, nu al een paar jaar slepend verschil van mening tussen de partijen. Sommige landen verzetten zich tegen de haast die wordt gemaakt om de rapporten te publiceren. Die snelheid zou ten koste gaan van de zorgvuldigheid. Ze pleiten voor meer inclusiviteit en vinden het belangrijk dat ook de landen in het mondiale Zuiden, waar veel minder capaciteit bestaat voor wetenschappelijk onderzoek, genoeg tijd hebben om hun zegje te doen.

Zand in de raderen

Zelfs als dat waar is, gaat het de landen die het rustiger aan willen doen om iets heel anders. De critici worden namelijk aangevoerd door de Saoediërs en de Russen, die er sowieso een sport van hebben gemaakt om zand in de raderen van het mondiale klimaatoverleg gooien. Door het IPCC-proces te vertragen verschijnen de rapporten pas na de klimaattop van 2028. Dat is hun doel. 

Want op de top in 2028 vindt voor de tweede keer sinds de ratificatie van het Klimaatakkoord van Parijs (2015) een zogeheten ‘stocktake’ plaats, om antwoord te geven op de vraag of met het mondiale beleid de doelstellingen van het klimaatakkoord worden gehaald. Daarvoor is het belangrijk om te weten hoe de reductie van broeikasgassen zich ontwikkelt (niet zo best), hoe het klimaat ervoor staat (slecht) en welke beleidsopties er overblijven (weinig) om de doelen te halen.

Het klimaat verandert zo snel, dat een goede inventarisatie van het mondiale klimaatbeleid alleen mogelijk is op basis van de meest actuele wetenschappelijke kennis. Ongetwijfeld zullen Rusland en Saoedi-Arabië in 2028 dat argument gebruiken: we kunnen het beleid niet aanscherpen (en dus het gebruik van fossiele brandstoffen sneller reduceren) op basis van achterhaalde kennis.

De voorzitters van de werkgroepen die de IPCC-rapporten schrijven gaan ervan uit dat heel goed mogelijk is om alle drie rapporten in september 2028 klaar te hebben. Volgens Robert Vautard, co-voorzitter van werkgroep I, is die planning gebaseerd op de hoeveelheid werk die moet worden gedaan. En dus niet op verschijning voorafgaand aan de klimaattop later dat jaar.

Gezaghebbende inventarisatie

Joeri Rogelj, een Belgische IPCC-auteur, gaat een stap verder. Je hoeft geen klimaatrapporten te schrijven als beleidsmakers er niet op het juiste moment over kunnen beschikken, vindt hij. „Het belang van het IPCC is juist dat hun gezaghebbende inventarisaties van de wetenschap worden gebruikt”, zei hij tegen persbureau Reuters.

Hij is niet de enige die er zo over denkt. Juist de meest kwetsbare landen, gesteund door de Europese Unie, willen haast maken. Zo zegt Jiwoh Emmanuel Abdulai, de minister van Milieu van Sierra Leone tegen de Britse krant The Guardian: „Het Akkoord van Parijs kan zijn belofte alleen waarmaken als de best beschikbare wetenschappelijke kennis richtinggevend blijft bij de onderhandelingen over klimaatverandering.”

Het Russische ministerie van Economische Zaken ontkent dat er sprake is van een confrontatie tussen olieproducerende landen en de rest van de wereld. IPCC-rapporten moeten vooral niet worden gerelateerd aan klimaatonderhandelingen, aldus het ministerie. Anders bestaat het risico dat wetenschappelijke bevindingen worden ingezet ter ondersteuning van vooraf vastgestelde beleidsdoelstellingen. Stel je voor zeg.

Reactie plaatsen

Reacties

jaap kwadijk
8 dagen geleden

Wat Jiwoh Emmanuel Abdulai, de minister van Milieu van Sierra Leone tegen de Britse krant The Guardian zei is bijna letterlijk wat Margaret Thatcher, premier van de UK, boegbeeld van de rechtse flank in de EU al zei in 1989. Laten we de humor ervan inzien.