De mens drukt zijn stempel op ieder hoekje van de aarde

Gepubliceerd op 25 september 2026 om 14:19

Het antropoceen heeft ernstige vertraging opgelopen. Dat komt door geologen die twee jaar geleden besloten dat de aarde zich nog steeds in het holoceen bevindt, ondanks overweldigend bewijs van het tegendeel. De wetenschappers hadden maar liefst vijftien jaar onderzoek nodig om dat oordeel te vellen. Al is dat binnen de geologische tijdschalen waarmee ze gewoonlijk werken minder dan één knip met de vingers. Zelfs het holoceen is met zijn 11.700 jaar in de wereld van geologen slechts een jonkie.

Het waren de Nederlandse scheikundige en Nobelprijswinnaar Paul Crutzen en de Amerikaanse bioloog Eugene Stoermer die de term antropoceen in 2000 muntten in een artikel in de Global Chance Newsletter van het International Geosphere-Biosphere Programme. De mensheid was, vonden zij, de drijvende kracht geworden achter zo’n beetje  alle veranderingen van de planeet. Afscheid nemen van het holoceen was onvermijdelijk.

„Het lijkt ons meer dan gepast om de centrale rol van de mensheid in de geologie en ecologie te benadrukken door voor te stellen de term ‘Antropoceen’ te gebruiken voor het huidige geologische tijdperk”, schreven Crutzen en Stoermer. Of het nou gaat om de explosieve bevolkingsaanwas vanaf de negentiende eeuw of de verstedelijking, om de winning van fossiele brandstoffen of het gebruik van stikstof in kunstmest, om de domesticatie van dieren of de ontbossing, er is geen hoekje op aarde meer te vinden waar de mens niet zijn stempel op drukt.

De vraag leek alleen nog: wanneer is dat zogenaamde antropoceen dan precies begonnen? Waar leg je de grens? Bij de ontdekking van de stoommachine? Of veel eerder al bij de ontwikkeling van de landbouw die vroeg om steeds grotere ingrepen in de natuur? Of pas later, bij de ontwikkeling van de atoombom toen de mensheid een wapen in handen kreeg om zichzelf mee te vernietigen?

De stratigrafische commissie

In 2009 werd geoloog Jan Zalasiewicz door de International Commission on Stratigraphy (ICS) gevraagd om dat uit te zoeken. De ICS is de officiële instantie van de International Union of Geological Sciences die verantwoordelijk is voor het markeren van de overgang tussen tijdperken. Een jaar eerder had Zalasiewicz het boek The Earth After Us: What Legacy Will Humans Leave in the Rocks? publiceerde. Hij was de geëigende kandidaat.

Met gezonde tegenzin nam Zalasiewicz de opdracht aan. „Ik werd overvallen door het Antropoceen”, zei hij daar later over tegen persbureau AFP, „en vervolgens ontvoerd, zonder hoop ooit nog vrij te komen.” Net als veel van zijn collega’s was hij juist geologie gaan studeren om aan de chaotische, complexe mensenwereld te ontsnappen en een rustig leven te leiden in het verleden.

Gedurende vijftien jaar zat Zalasiewicz en een werkgroep met wetenschappers uit verschillende disciplines ineens weer midden tussen de mensen. Pas toen durfde hij zijn bevindingen voor te leggen aan de stratigrafische commissie. Zelf was hij er wel van overtuigd dat het gerechtvaardigd is om te spreken van het antropoceen. Maar hoe kon hij de rest van commissie daarvan overtuigen?

The golden spike

Zalasiewicz en de zijnen gebruikten daarvoor in 2023 Crawford Lake in de Canadese provincie Ontario. Dit bescheiden meer bood de zogeheten ‘golden spike’, het gouden ijkpunt of stratigrafische markering. In de aardlagen boven het ijkpunt was het intensieve gebruik van fossiele brandstoffen goed zichtbaar. Maar voor de werkgroep gaf de neerslag van plutonium de doorslag. Sporen van de kernproeven waarmee de VS en de Sovjet-Unie en later ook het Verenigde Koninkrijk, Frankrijk en China hun atoombommen testten konden hier na 1952 worden teruggevonden. Daarmee weken de bovenste lagen voldoende af van de aardlagen onder de markering.

Maar Zalasiewicz vreesde toen al dat de conservatieve geologische gemeenschap zijn bewijsvoering  niet overtuigend zou vinden.. „De geologen liepen eigenlijk achter de feiten aan ten opzichte van de aardwetenschappers”, zei hij tegen AFP. „Er is diep verzet tegen het idee van het antropoceen.” Hij kreeg gelijk. Twaalf van de achttien leden van de stratigrafische commissie wezen in maart 2024 zijn voorstel af.

Meteen ontstond er een fel debat over het besluit. Voor micropaleontoloog Francine McCarthy, een pleitbezorger van de term, werd met de afwijzing het signaal afgegeven dat het kennelijk nog steeds wel meevalt met de invloed van de mens op de planeet. „We bevinden ons in het antropoceen, ongeacht het precieze punt op de tijdschaal”, zei ze tegen The New York Times. „En ons daarnaar gedragen is de enige weg vooruit.”

Sommige tegenstanders vonden juist dat een te snelle keuze de ware betekenis van het antropoceen te zeer afbakende en vernauwde. Geograaf Erle Ellis was lid van de werkgroep van Zalasiewicz maar stapte er in 2023 uit omdat hij de conclusie over de neerslag van nucleair materiaal niet deelde. Op wetenschapswebsite The Conversation schreef hij: „Door het begin van het menselijk tijdperk te koppelen aan een zo recente en verwoestende gebeurtenis – nucleaire neerslag – liep dit voorstel het risico verwarring te zaaien over de langdurige geschiedenis van de manier waarop de mens de aarde transformeert: van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies tot plasticvervuiling en tropische ontbossing.”

Geoloog Jan Piotrowki was het daarmee eens. Door 1952 te kiezen als kantelpunt, wordt de impact van andere belangrijke gebeurtenissen in de menselijke geschiedenis gerelativeerd. „Wat gebeurde er tijdens de opkomst van de landbouw? En de Industriële Revolutie? Of de kolonisering van Amerika en Australië?”, vroeg hij zich af. „Onze impact is blijvend en zal zonder enige twijfel in de toekomst herkenbaar zijn in het geologisch archief. Het is aan de mensen na ons om te bepalen hoe die moet worden ingedeeld.”

Dat geologen worstelen met een tekort aan geschiedenis, is niet zo gek. Als ze nu een nieuw tijdperk uitroepen, maken ze daar zelf onontkoombaar deel van uit. Dat heeft grote consequenties. Het oordeel kan niet langer (alleen) gebaseerd zijn op fossielen. Een analyse van veranderingen in het landschap, in biodiversiteit, in de samenstelling van atmosfeer en de hoogte van de zeespiegel, moet er onherroepelijk deel van uitmaken.

Paul Crutzen vond de hele discussie over het precieze begin van het antropoceen een achterhoede gevecht. Met zijn artikel wilde hij destijds alleen maar duidelijk maken dat er geen ontkomen meer is aan de invloed van de mens, zei hij tegen mij in een interview in 2010. Hij en Eugene Stoermer kozen. Maar die keuze vonden ze volstrekt ‘arbitrair’. Je zou zelfs het complete holoceen als een deel van het antropoceen kunnen beschouwen.

Wie provoceert wie?

Geologen zouden Crutzen’s benadering als een provocatie kunnen zien. Maar dat maakte hem niet veel uit. „Eigenlijk provoceren geologen veel harder”, vond Crutzen. „Zij zeggen dat de mens helemaal geen betekenis heeft. Ik zeg juist het tegenovergestelde. De invloed van de mens komt nog eens bovenop de gewone geologische veranderingen.”

De historische relativering leidt ertoe dat veel geologen zich niet druk maken over bijvoorbeeld klimaatverandering, ze hebben wel erger meegemaakt. „Maar dat zou alleen zo zijn als er geen mensen op aarde waren”, aldus Crutzen. „Voor ons maakt het wel degelijk verschil.” Dat besef hoopte hij met de term antropoceen dieper te laten doordringen. Een ongenadige meteorietinslag kon ooit de geologie van de aarde in een andere richting kan sturen, als de mens hetzelfde kan, geeft dat een grote verantwoordelijkheid.

Vorig jaar organiseerde het vermaarde Stockholm Resilience Centre een bijeenkomt over het antropoceen. Een van de sprekers was Sven Lidin, chemicus en voorzitter van de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen. „Verandering is geen keuze, verandering is onvermijdelijk”, zei Lidin. Dat idee lag volgens hem opgesloten in de term antropoceen. „De mens is voor het eerst in de geschiedenis geheel verantwoordelijk voor zijn eigen lotsbestemming. Dat is eng, maar ook hoopvol. Nooit eerder had de mensheid zoveel macht, maar ook zoveel keuze.”